Verkiezingsprogramma 2010 stadsdeel noord
Hieronder kunt u het verkiezingsprogramma van de SP Amsterdam-Noord voor de periode 2010-2014 per hoofdstuk nalezen.
Bent u op zoek naar een specifiek standpunt, kijk dan eens op de standpuntenpagina
Ook kunt u het hele programma
downloaden.
Wilt u reageren op ons programma? Dat kan via amsterdamnoord@sp.nl
Een nieuwe koers voor Amsterdam-Noord
Inleiding
Betaalbaar en fatsoenlijk wonen
Eerlijke inkomens en extra banen
Ondernemers versterken de economie
Zorg en welzijn dichtbij huis
De school als middelpunt van de buurt
Een veilige stad
Schoon en snel vervoer voor iedere Amsterdammer
Een milieuvriendelijke en gezonde stad
Een culturele en sportieve stad
Het stadsbestuur in handen van de Amsterdammers
Inleiding
Op 3 maart 2010 kiezen wij Amsterdammers een nieuw bestuur voor de stad en een nieuw bestuur voor stadsdeel Amsterdam-Noord. De uitslag zal bepalen hoe onze stad de komende jaren kleur zal krijgen. Kiezen we ervoor om onze stad socialer te maken, geïnspireerd door de menselijke maat en met de buurt als basis of willen we een stad waar de kloof tussen rijk en arm groeit en waar bestuurders prestigeprojecten verkiezen boven echt iets doen voor de Amsterdammers? Op 3 maart mag u het zeggen. Met een stem op de SP zegt u met ons: een beter Amsterdam is een Amsterdam waar niet de grote projecten centraal staan, maar waar belangrijke voorzieningen bereikbaar zijn en blijven voor alle Amsterdammers.
De SP zet zich in voor een Amsterdam waar voldoende betaalbare woningen voor alle Amsterdammers staan, in buurten met alle noodzakelijke voorzieningen en een florerende lokale middenstand. De SP wil een gezond en goed opgeleid Amsterdam. Goede gezondheidszorg begint bij een goed en toegankelijk gezondheidscentrum in de buurt. Goed onderwijs begint bij een goede buurtschool waar kinderen samen naartoe gaan. De SP streeft naar een veilig Amsterdam waar mensen zich in hun eigen straat op hun gemak voelen, omdat er regelmatig gesurveilleerd wordt. De SP gaat voor een bereikbaar en groen Amsterdam, met openbaar vervoer voor de deur en voldoende sport- en speelterreinen. Het Amsterdam van de SP is geen betuttelende gemeente, maar een dienstverlenende gemeente waar de mensen en hun buurten centraal staan. Het Amsterdam van de SP is een stad waar de kloof tussen arm en rijk, tussen kansarm en kansrijk, tussen mensen van verschillende afkomst wordt gedicht.
Met de SP in het college krijgt Amsterdam een beter bestuur. Goed bestuur begint niet in de vergaderzalen van de Stopera en niet in de stadsdeelkantoren, maar in buurten waar burgers hun lokale volksvertegenwoordiger aan kunnen spreken en hem of haar deelgenoot kunnen maken van hun zorgen en problemen. Daar zullen wij altijd voor blijven vechten, daar mag u ons aan houden.
Terug naar het overzicht
Betaalbaar en fatsoenlijk wonen
"Wonen is geen gunst, wonen is een recht", staat op de vloer van metrostation Nieuwmarkt. Deze leus herinnert aan een strijd van lang geleden, een strijd die in Amsterdam al lang verloren lijkt te zijn. Duizenden goede betaalbare huurwoningen worden in de stad gesloopt om plaats te maken voor dure huur- en koopwoningen die voor veel Amsterdammers onbereikbaar zijn. Het effect: de gemiddelde wachttijd voor een eenvoudige bovenwoning in de sociale huur is opgelopen tot elf jaar, voor een eengezinshuis zelfs tot veertien jaar.
Het zittende college staat erbij en kijkt ernaar. Woningcorporaties en projectontwikkelaars bepalen het woonbeleid in de stad dat al lang niet meer is gericht op volkshuisvesting, maar op rendement of beter: winst. Zij bepalen wanneer en wat wordt gebouwd en ook steeds vaker wanneer wordt gesloopt. Niet zelden laten ze het onderhoud van woningen jarenlang versloffen om het stadsbestuur er uiteindelijk van te overtuigen dat sloop in een buurt de enige optie is. En het stadsbestuur gaat daar al jaren veel te makkelijk in mee.
De SP vindt dat het stadsbestuur de regie moet voeren op het gebied van wonen in Amsterdam. Dat kan door corporaties te dwingen terug te keren naar hun kerntaak, de sociale volkshuisvesting, en harde afspraken te maken over onderhoud, nieuwbouw en het op peil houden van de voorraad betaalbare woningen in de stad. Maar de SP wil ook onderzoeken of de gemeente een eigen woningbedrijf kan oprichten, een woningbedrijf dat doet wat de verzelfstandigde corporaties steeds vaker nalaten: bouwen en betaalbaar verhuren.
Op het gebied van wonen zet de SP zich de komende jaren in voor het volgende:
- De mogelijkheid tot de oprichting van een gemeentelijk woningbedrijf wordt onderzocht. Een gemeentelijk woningbedrijf kan nieuwbouw van woningen aanjagen en garandeert het behoud van betaalbare huurwoningen
- De nieuwbouw van woningen wordt opgeschroefd. Op IJburg-II, de Zuidas en in het Westelijk Havengebied is plaats voor nog zeker 30.000 nieuwe woningen. Jaarlijks 5000 nieuwbouwwoningen erbij is haalbaar, hiervan wordt minimaal de helft als sociale huurwoning aangeboden
- De bouw van gestarte projecten, zoals De Banne, Nieuwendam-Noord, Elzenhagen en De Bongerd wordt versneld, vertraging is geen optie. We willen geen langdurig lege gebieden, stadswoestijnen
- De woningproductie wordt meer op de vraag gericht. Er wordt grondig onderzocht hoe groot de vraag is naar sociale huurwoningen, zorgwoningen, jongeren- en studentenwoningen en de woningbouw wordt hierop aangepast. Vooral huisvesting van grote gezinnen met een laag inkomen krijgt extra aandacht
- Er komen geen nieuwe sloopplannen. De huidige voorraad betaalbare woningen in Noord mag niet meer teruglopen. Huurwoningen worden alleen verkocht aan zittende huurders, waaraan voorwaarden worden verbonden om speculatie tegen te gaan
- Woningcorporaties gaan weer doen waar ze voor opgericht zijn: volkshuisvesting. Dus het bouwen, verhuren en goed onderhouden van betaalbare woningen. Het stadsdeel zet alle middelen in die tot zijn beschikking staan om corporaties hiertoe te dwingen
- Het splitsen van woningen wordt een halt toegeroepen. Splitsing is de afgelopen jaren te vaak opmaat geweest tot verkoop van betaalbare huurwoningen
- Er wordt een leegstandsheffing opgelegd aan eigenaren van woningen die langer dan een half jaar onbewoond zijn. Corporatiewoningen die langer dan een half jaar te koop staan, gaan terug in de sociale verhuur. Voor woningen onder de huurtoeslaggrens, die langer dan twee maanden leegstaan, draagt de gemeente een huurder voor
- Kraken blijft nodig als drukmiddel tegen leegstand
- Leegstaande kantoren en ruimtes boven winkels worden indien mogelijk beschikbaar gesteld voor bewoning
- Het puntenstelsel voor huurwoningen wordt verruimd en gaat gelden voor huizen met een huur tot 900 euro. Hierdoor krijgen ook de middeninkomens huurbescherming. Het experiment 'Huur Op Maat', waarin de kosten van betaalbaar wonen voor Amsterdammers alleen bij de huurders worden gelegd, wordt in Amsterdam niet ingevoerd. De locatie van een woning mag niet van invloed zijn op de puntentelling
- Er wordt gestreefd naar beter gemengde buurten, iedere buurt zou een afspiegeling moeten zijn van de bevolking van heel Noord. Hierbij wordt met nadruk ook gekeken naar het inbrengen van meer sociale huurwoningen in de duurdere buurten
- Bij nieuwbouw wordt direct rekening gehouden met het stichten of behouden van sociale cohesie. Daarom worden in flats altijd woningen op de begane grond, brede galerijen - met ruimte voor bankjes en bloemen - en gemeenschappelijke ruimtes gerealiseerd. Ook moeten er altijd voldoende voorzieningen in de buurt zijn
Terug naar het overzicht
Eerlijke inkomens en extra banen
De economische crisis heeft Amsterdam hard getroffen. De werkloosheid loopt op, volgens de zwartste scenario's raken in 2010 nog duizenden Amsterdammers hun baan kwijt. De tweedeling die al bestond in de stad zal dan nog toenemen met langere rijen voor de voedselbanken. Meer kinderen zullen in armoede opgroeien, meer mensen zullen moeite hebben een goede plek in de samenleving te vinden.
Amsterdam is een sterke stad, er is veel werk en er gaat genoeg geld om. Maar het zittende stadsbestuur maakt veel te weinig gebruik van die sterke eigenschappen van de stad. Het lijkt mensen eerder naar de voedselbank te willen sturen dan richting werk. Het houdt mensen in de schulden door leenbijstand te geven om een wasmachine te vervangen. Het college doet te weinig om bedrijven die gemeentelijke opdrachten uitvoeren te dwingen hun werknemers een fatsoenlijk loon en arbeidsvoorwaarden te bieden. En het zet mensen met 'participatiebanen' aan het werk in ruil voor hun uitkering, zonder dat zij er financieel iets mee opschieten.
De SP maakt andere keuzes. Het werk ligt in Amsterdam voor het oprapen, niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in zaken die van ons allemaal zijn. De openbare ruimte kan worden aangepakt, buurthuizen en speeltuinen hebben beheerders nodig en zo voort. Amsterdam zou een werkcentrale moeten oprichten die al het werk inventariseert en de langdurig werklozen een mooie baan in dienst van de stad kan geven, tegen een eerlijk loon (minimaal het minimumloon). En de gemeente kan hardere voorwaarden stellen bij het gunnen van opdrachten aan bedrijven, ten aanzien van arbeidsvoorwaarden, maar ook stageplekken en het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een arbeidsbeperking. Het midden- en kleinbedrijf in Amsterdam moet bovendien meer ruimte krijgen om gemeentelijke opdrachten uit te voeren.
Om tweedeling te bestrijden en Amsterdammers aan het werk te helpen, zet de SP de volgende stappen:
- Er wordt een Amsterdamse werkcentrale opgericht die langdurig werklozen aan de slag helpt in dienst van de stad. Werkloze Amsterdammers worden niet misbruikt door hen te laten werken in ruil voor hun uitkering, voor volwaardig werk krijgen mensen ook volwaardig betaald; dus minimaal het minimumloon
- Er wordt nog meer aandacht besteed aan werkgelegenheid voor 40-plussers. Een heel groot deel van de werkzoekende werklozen in Noord valt in die leeftijdscategorie. Met hetzelfde elan waarmee de afgelopen jaren jongeren aan het werk zijn geholpen, worden nu de 40-plussers aan de slag gebracht
- De gemeente geeft werkgevers in Amsterdam het goede voorbeeld op het gebied van arbeidsvoorwaarden en de inzet van arbeidsgehandicapten. In plaats van tijdelijke contracten krijgen nieuwe werknemers een proeftijd van maximaal twee maanden, waarna in principe een vast arbeidsverband volgt. Alle gemeentelijke diensten nemen minimaal 5 procent arbeidsgehandicapten in dienst. Leeftijdsdiscriminatie wordt tegengegaan
- Bij aanbestedingen maakt de gemeente afspraken met de opdrachtnemer over het in dienst nemen van werkloze en arbeidsgehandicapte Amsterdammers en het bieden van stageplekken. Opdrachten worden alleen gegund aan bedrijven met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en een directie waarvan salarissen en bonussen zijn vastgelegd in de cao
- Het stadsdeel schept zelf meer stageplaatsen en gunt opdrachten bij voorkeur aan bedrijven die ook met stagiairs of arbeidsgehandicapten werken
- Het stadsdeel vraagt van alle bedrijven in Noord maatschappelijke inzet. Die inzet kan in de vorm van het aanbieden van stageplaatsen, het in dienst nemen van langdurig werklozen of arbeidsgehandicapten of het mede organiseren van evenementen in buurten
- Er wordt een gemeentelijk re-integratiebedrijf opgericht. Commerciële re-integratiebedrijven krijgen geen opdrachten meer in Amsterdam. Het naar werk helpen van mensen die in een kwetsbare positie zitten zonder werk, hoort thuis bij de overheid en niet bij bedrijven die het in de eerste plaats gaat om winst en daarna pas om de werkloze
- De overgebleven ID-banen worden omgezet in reguliere banen
- Controle van uitkeringsgerechtigden vindt alleen bij gerede verdenking nog plaats door middel van huisbezoeken
- De leenbijstand wordt afgeschaft. Bijzondere bijstand voor de vervanging van een wasmachine of dure medicijnen is altijd een gift
- De grens voor toegang tot gemeentelijke voorzieningen voor lagere inkomens wordt verhoogd naar minimaal 115 procent van het sociaal minimum
- Identiteitskaarten en paspoorten worden gratis voor de lagere inkomens
- Er komen cursussen budgetteren en trainingen in het omgaan met schulden. Hierbij worden scholen, zelforganisaties en vrijwilligersorganisaties betrokken
Terug naar het overzicht
Ondernemers versterken de economie
Ondernemers zijn van levensbelang voor Amsterdam. Het midden- en kleinbedrijf is de grootste werkgever in de stad. En het zijn de kleine ondernemers die de buurten leefbaar en gezellig houden, met kleinschalige horeca, diversiteit aan winkels en open creatieve bedrijven. Maar de kleine ondernemers hebben het niet makkelijk. De concurrentie met grote ketens wordt steeds moeilijker, zeker nu in heel Amsterdam zondagsopenstelling is toegestaan. De voortdurende werkzaamheden aan wegen en straten in de stad raken de kleine ondernemers vaak het hardst. En ook aan het midden- en kleinbedrijf gaat de crisis niet ongemerkt voorbij.
Het college heeft met Amsterdam Topstad de afgelopen jaren flink ingezet op het aantrekken van grote bedrijven. De kleine ondernemers worden echter vaak vergeten. Natuurlijk zijn er de ondernemershuizen die wat doen voor mensen die een bedrijf willen starten. Maar na de start is er vaak weinig aandacht meer. Als een bedrijf in moeilijkheden komt doordat een straat wordt afgesloten of als renovatie van winkelpanden leidt tot een forse verhoging van de huur, laat de gemeente ondernemers in veel gevallen in de kou staan.
De SP springt in de bres voor de kleine ondernemer. Bedrijven die inkomsten mislopen omdat werkzaamheden in de buurt te lang duren, moeten worden gecompenseerd. Ondernemen moet veel makkelijker gemaakt worden, bijvoorbeeld door één loket in te richten waar starters met al hun (aan-)vragen terecht kunnen. En zondagsopenstelling moet in Amsterdam worden beperkt tot de gebieden waar ook kleine ondernemers genoeg kunnen verdienen om hun winkel een extra dag met extra personeel open te houden.
De SP wil het vooral de kleine ondernemers in Amsterdam makkelijker maken en doet daartoe de volgende voorstellen:
- Er wordt onderzocht aan wat voor soort werkgelegenheid behoefte is in Noord. Het stadsdeel streeft naar vestiging van deze bedrijven in Noord. De afgelopen jaren is veel ingezet op de creatieve sector. Dat sluit niet altijd even goed aan op de arbeidsmarkt in Noord. Waar nodig en mogelijk moet de creatieve sector gaan samenwerken met bedrijven die wel werkgelegenheid voor Noord opleveren
- Ondernemers worden beter beschermd en zo nodig gedeeltelijk schadeloos gesteld als zij overlast ondervinden van renovaties door verhuurders of infrastructurele projecten van de gemeente. Als het noodzakelijk is om een onderneming (tijdelijk) te verplaatsen wordt de ondernemer een gelijkwaardig alternatief aangeboden
- Er komt een compensatiefonds voor ondernemers die aantoonbaar schade lijden door stedelijke vernieuwing in hun buurt (Banneplein, Waterlandplein)
- Het aantal ondernemershuizen wordt uitgebreid evenals hun mogelijkheden. De huizen komen onder regie van de centrale stad. Ze gaan samenwerken met de Kamer van Koophandel en de Dienst Werk en Inkomen
- Alleen in het toeristisch centrum van de stad mogen winkels op zondag open. In de rest van de stad blijven de winkels op zondag gesloten om kleine ondernemers met weinig of geen personeel te beschermen tegen de grote ketens
- De kleine buurtwinkelcentra in Noord (bijvoorbeeld Zonneplein en Purmerplein) krijgen in overleg met bewoners en de aanwezige ondernemers een grote opknapbeurt. Missende voorzieningen als pinautomaten worden geplaatst, er komt extra reclame en betere bewegwijzering voor de centra
- Kleine ondernemers en zelfstandigen zonder personeel met een laag inkomen wordt een goedkope arbeidsongeschiktheidsverzekering aangeboden via het verzekeringsbedrijf van de gemeente (VGA), met een ruime dekking en een acceptatieplicht
- Van kantoorruimte die onverhuurbaar blijkt, wordt onderzocht of er broedplaatsen of bedrijfsverzamelgebouwen voor starters te vestigen zijn
- Er komt een loket voor ondernemers die sociale voorwaarden willen invullen, zoals het aannemen van arbeidsgehandicapten. Ondernemers die stageplaatsen aanbieden, krijgen korting op gemeentelijke lasten
- De mogelijkheid tot het verstrekken van renteloze en passende leningen aan Amsterdammers met goede ondernemersplannen wordt vergroot. De gemeente stelt zich hiervoor garant
- Buurtactiviteiten en -projecten worden aan kleine ondernemers uit de buurt gegund
Terug naar het overzicht
Zorg en welzijn dichtbij huis
Het is een kwestie van beschaving dat inwoners van een stad toegang hebben tot goede zorg en dat ernaar wordt gestreefd hun welzijn te waarborgen. In Amsterdam staat die beschaving onder grote druk. Door mismanagement, maar ook door desastreus landelijk beleid - marktwerking, aanbestedingen en bezuinigingen - loopt de kwaliteit van zorg en welzijn terug, soms in hoog tempo. En dat wordt niet alleen gezegd door mensen die zorg nodig hebben, maar ook door mensen die zorg moeten leveren.
Met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is de afgelopen jaren veel uit de zorg- en welzijnshoek op het bordje van de gemeente terecht gekomen. Die ging daar niet altijd even goed mee om en schoof veel van de nieuwe verantwoordelijkheden door naar zorg- en welzijnsinstellingen met weinig positieve gevolgen. Terwijl er overduidelijk problemen zijn met de thuiszorg in de stad, sluisde het college bovendien miljoenen aan overgebleven WMO-geld door naar de algemene kas, zodat er lantaarnpalen of stukken Noord-Zuidlijn mee konden worden bekostigd.
De SP wil dat de gemeente weer zelf de verantwoordelijkheid pakt over zorg en welzijn in de stad en actief toeziet op de kwaliteit ervan. Daarvoor moet ook onderzocht worden of Amsterdam een stedelijk zorgbedrijf kan oprichten. Als het aan de SP ligt, wordt in de hele stad zorg en welzijn op buurtniveau gerealiseerd, met een gezondheids- en een jongerencentrum, een wijkverpleegster en een buurtmeester en een goed buurthuis gemaakt door en voor de buurt. Een buurt waar mensen voor elkaar zorgen, waar zij dat willen en kunnen, maar waar ook genoeg professionele hulp en ondersteuning is om iedereen de zorg te geven die nodig is.
Om dat te bereiken denkt de SP dat op het gebied van zorg het volgende moet gebeuren:
- De buurtgerichte aanpak in de zorg wordt gestimuleerd. De bureaucratie wordt teruggedrongen. Indicaties voor de thuiszorg worden weer gedaan door de thuiszorgmedewerker zelf. De wijkverpleegkundige keert terug
- Er wordt onderzocht of Amsterdam een stedelijk thuiszorgbedrijf kan starten. De kwaliteit van de huishoudelijke hulp van de thuiszorg wordt in de tussentijd verbeterd door bij het aanbesteden meer de nadruk te leggen op kwaliteit en minder op de kosten
- Er komt meer zorg en steun voor mantelzorgers: een dagvergoeding als tegemoetkoming in de gemaakte kosten, woonvormen die beter passen bij de situatie van mantelzorgers en een mantelzorgfonds
- De ondersteunende begeleiding van zorgbehoevenden, zoals de dagbesteding, blijft behouden
- Bestaande zorgboerderijen worden behouden en er wordt gezocht naar locaties om meer van dit soort instellingen op te richten
- Er komen meer overnachtingsplaatsen voor daklozen
- De ondersteuning aan harddrugsverslaafden wordt verbeterd. Het aantal gebruikersruimten en verstrekkingsplekken wordt uitgebreid. Daar toe geschikte instanties verstrekken de drugs. Dit geeft mensen een basis en rust, om vervolgens een volgende stap te kunnen zetten richting afkicken, iets waaraan ze door de hectiek rondom gebruiken en scoren vaak niet toe komen. Het uitgangspunt blijft mensen uiteindelijk van hun verslaving af te helpen, het moet geen onderhoudsdosis worden
En op het gebied van welzijn:
- Het welzijnswerk wordt niet onderworpen aan marktwerking en aanbestedingen. Wel worden er harde afspraken gemaakt over de prestaties die geleverd moeten worden
- Buurtbewoners kunnen bij de WMO-loketten in de buurt terecht voor alle vragen op het gebied van gezondheidszorg en welzijn. Het loket doet verslag van de problemen en klachten en stuurt dit door naar de gemeentelijke diensten, zodat hierop actie ondernomen kan worden en er een beter gevoel met de buurt ontstaat
- Buurthuizen blijven behouden en worden waar nodig uitgebreid. Buurthuizen zijn op tijden open dat er het meeste behoefte aan is, dus ook later op de avond. Iedere buurt in Noord heeft een laagdrempelig buurthuis als centrum van de buurt. Hier is ruimte voor een goed functionerend buurtbeheer en voor activiteiten voor en door bewoners. Brede scholen zijn hier ook geschikt voor
- Het jongerenwerk wordt minder betuttelend en er wordt meer geïnvesteerd in vrij toegankelijke jongerencentra. Er wordt ingezet op het bieden van een plek aan jongeren waar zij hun vrije tijd kunnen besteden en met hun zorgen terecht kunnen bij een Jongeren informatie Punt
- Er komt een kinderen- en jongerenombudsman voor klachten over scholen, opvang en andere instanties waar zij mee te maken hebben
- Het voorzieningenniveau in buurten is op peil. Een buurt beschikt ten minste over een buurthuis/wijkveiligheidspost, gezondheidscentrum, postagentschap, bibliotheek, scholen en een supermarkt. Blinde vlekken qua voorzieningen, zoals in De Bongerd, worden weggewerkt, zo nodig met mobiele oplossingen als een bibliobus
- Er wordt meer geïnvesteerd in het organiseren van gezamenlijke activiteiten in de buurt die goed zijn voor de samenhang. Zo zou er bijvoorbeeld een boodschappendienst voor ouderen opgezet kunnen worden. Of kunnen buurtbewoners samen zwerfvuil opruimen, of het buurthuis onderhouden
Terug naar het overzicht
De school als middelpunt van de buurt
Goed onderwijs is de basis van een harmonieuze en succesvolle samenleving. Een goede en voor iedereen toegankelijke school kan het bloeiende centrum zijn van een buurt, waar kinderen maar ook hun ouders elkaar met al hun verschillen kunnen ontmoeten. Dat is in Amsterdam helaas niet altijd het geval. In 2008 zaten van de 60.000 Amsterdamse basisschoolleerlingen er 12.000 op een school die te 'zwart' of te 'wit' was ten opzichte van de bevolking van de omliggende buurt. Die segregatie in het onderwijs lijkt bovendien toe te nemen.
Vooral ouders van basisschoolleerlingen hebben de afgelopen jaren geprobeerd iets te doen aan de samenstelling van scholen in de stad. Zo besloten 'witte' oudercollectieven gezamenlijk hun kinderen naar 'zwarte' scholen te sturen. Vaak houden die initiatieven echter maar enkele jaren stand, omdat er geen stedelijke afspraken zijn op het gebied van plaatsingsbeleid. Het zittende college kwam met wat lapmiddelen, maar durft geen baanbrekend beleid door te voeren om de scheiding op scholen tussen zwart en wit, kansarm en kansrijk, te bestrijden.
De SP wil wel de stappen zetten die nodig zijn om iedere Amsterdamse basisschool een afspiegeling van de buurt te laten zijn. Er moeten dubbele wachtlijsten komen voor de toelating op scholen van leerlingen met en leerlingen zonder achterstand. De ouderbijdrage is een onnodige hindernis voor minder draagkrachtige gezinnen en moet worden afgeschaft op alle scholen. En er moet een zomerschool worden opgericht waar kinderen hun kennis kunnen bijspijkeren, maar ook samen aan sport en spel kunnen doen.
De SP wil in Amsterdam goede, toegankelijke en gemengde scholen en stelt daarom het volgende voor:
- Er komt een centraal inschrijfpunt voor Amsterdamse basisscholen met dubbele wachtlijsten: een voor kinderen met achterstand en een voor kinderen zonder achterstand. De definitie van achterstand wordt bepaald door het opleidingsniveau van de ouders. Scholen mogen leerlingen niet meer weigeren vanwege hun religieuze achtergrond of afkomst
-
Scholen die geen afspiegeling van de buurt zijn, krijgen geen toestemming om uit te breiden. Scholen met veel kansarme leerlingen en gemengde scholen krijgen voorrang bij aanvragen voor verbouwingen en extra voorzieningen. Op die manier worden zij interessanter voor kansrijke leerlingen-
De ouderbijdrage wordt op alle scholen afgeschaft. Er mogen geen financiële hindernissen worden opgeworpen om een school te bezoeken voor kinderen uit minder draagkrachtige gezinnen-
Er komt een gratis zomerschool voor alle Amsterdamse leerlingen. Op de zomerschool kunnen bijspijkervakken worden gegeven en wordt gezamenlijk aan sport en culturele activiteiten gedaan. Het is een ontmoetingsplek voor alle Amsterdamse kinderen waar achterstanden op een speelse manier worden weggewerkt-
De Cito-toets wordt vervangen door een goed leerlingvolgsysteem. Dit moet ertoe leiden dat leerlingen in groep 8 het vervolgadvies krijgen dat ze toekomt. Een goed advies houdt rekening met meerdere aspecten zoals de sociaal-emotionele ontwikkeling en doorzettingsvermogen-
Voorschool, peuterspeelzaal en kinderopvang worden samengevoegd om segregatie tegen te gaan. Alle basisscholen krijgen een degelijke voorschool, met bevoegd personeel-
'Opleiden in de school', het SP-initiatief uit 2007, wordt uitgevoerd. Dit voorziet in een gewenningsjaar voor beginnende leraren in Amsterdam waarin ze, betaald, met een andere leraar meedraaien. Op die manier dragen ze niet meteen alle verantwoordelijkheid over bijvoorbeeld zorgleerlingen -
Het leerlingenvervoer wordt verbeterd. Er komen begeleiders op de busjes die zich bezighouden met de leerlingen, zodat de chauffeurs zich kunnen concentreren op het verkeer-
Voortijdige schooluitval wordt voorkomen door niet alleen de leerlingen zonder startkwalificatie, maar ook die uit het praktijk- en speciaal onderwijs te volgen tot hun 23ste. Ook wordt hen gratis huiswerkbegeleiding geboden-
Inburgeringscursussen worden gratis en op buurtniveau aangeboden. Er komt een centraal inburgeringloket, met steunpunten in de stadsdelen. Het onderwijsaanbod voor inburgeraars wordt flexibeler, zodat het gecombineerd kan worden met schoolgaande kinderen. Er komen meer trajecten waar niet alleen taalles wordt gegeven, maar ook ondersteuning wordt geboden bij het zoeken naar werk. De lessen worden verzorgd door bevoegde docenten-
Er komen niet meer schaalvergrotingen en bestuurlijke fusies van scholen in Amsterdam, want de voordelen, bijvoorbeeld de financiële efficiëntie, wegen niet op tegen de nadelen, zoals de langere lijnen binnen de onderwijsorganisatie-
Het stadsdeel krijgt meer bevoegdheden om in te grijpen bij scholen waar misstanden worden geconstateerd, of waar bijvoorbeeld de kwaliteit van het onderwijs ondermaats is. Er worden heldere voorwaarden verbonden aan door het stadsdeel te verlenen subsidies aan scholen-
Bij basisscholen in Amsterdam Noord komt een stopverbod voor auto's. Dit om de veiligheid van naar school lopende of fietsende kinderen te waarborgen en het autoverkeer in de buurt terug te dringen-
In buurten worden de veiligste loop- en fietsroutes naar de basisscholen gemarkeerd
Terug naar het overzicht
Een veilige buurt
Veiligheid in Amsterdam is de laatste jaren verworden tot steeds meer camera's, fouilleeracties, straat- en gebiedsverboden. Voor een grote snelle politieactie wordt vaak een blik agenten opengetrokken, terwijl er veel te weinig agenten zijn voor structureel werk in de buurten. Er worden allerlei op het oog robuuste maatregelen getroffen, maar het resultaat is gering.
Waar ooit bewoners samen met de wijkagent zorgdroegen voor een veilige buurt, zijn het in veel buurten nu camera's en minimaal opgeleide straatcoaches of andere particuliere beveiligers die voor veiligheid moeten zorgen. De politie heeft een groot tekort aan personeel, komt dus alleen bij calamiteiten en is nauwelijks meer aanspreekbaar voor kleine zaken.
De SP vindt dat een veilige stad de verantwoordelijkheid is van het gemeentebestuur en de Amsterdammers samen, van politie en buurtbewoners. Want ondersteund door een structureel aanwezige goede wijkagent durven mensen elkaar weer aan te spreken op gedrag en samen te gaan voor een veilige buurt.
Veiliger buurten bereik je volgens de SP zo:
- Iedere Amsterdamse buurt behoudt zijn wijkagent/buurtregisseur. De buurtregisseur is makkelijk aanspreekbaar. Afhankelijk van zijn functioneren mag een agent langer dan de nu tot zes jaar beperkte termijn in een buurt werken. Iedere buurt krijgt een wijkveiligheidspost waar de buurtregisseur zit
- Particuliere beveiligers mogen in de openbare ruimte alleen nog worden ingezet onder direct commando van de politie en als is aangetoond dat de politie de benodigde mankracht zelf niet kan leveren
- De proef met buurtveiligheidsteams wordt uitgebreid naar alle buurten in Noord
- Straatcoaches helpen niet, het contract met hen wordt niet verlengd
- Cameratoezicht wordt in de publieke ruimte ingezet tegen criminaliteit en alleen als hulpmiddel naast toezicht op straat. Voorwaarde voor inzet van cameratoezicht is dat de beelden voortdurend live worden bekeken, zodat direct gereageerd kan worden en er niet alleen sprake is van een preventieve maatregel of middel voor strafrechtelijk onderzoek. Het cameratoezicht op de Parlevinker verdwijnt, toezicht wordt weer uitgevoerd door politie
- Met preventief fouilleren in Amsterdam wordt veel terughoudender omgegaan. Het heeft nauwelijks bewezen effect, wekt agressie op en werkt discriminatie in de hand. Bovendien wordt er voor onbepaalde tijd een grote hoeveelheid agenten mee vastgepind op één plek, terwijl ze op andere plekken in de stad op dat moment misschien harder nodig zijn
- Coffeeshops behouden hun open karakter, er wordt geen pasjessysteem ingevoerd. De gemeente pleit bij de Tweede Kamer en de regering voor regulering van de aanvoer door de productie te gunnen aan bij voorkeur professionele tuinders die alle varianten cannabis mogen produceren
- Winkeliers worden door de gemeente geholpen zich te beveiligen tegen overvallen en andere criminaliteit, bijvoorbeeld door het vereenvoudigen van vergunningsaanvragen voor aanpassingen aan en om winkels. Er komt een waarborgfonds waarmee de schade van beroofde winkeliers direct kan worden vergoed. De gemeente verhaalt die schade op veroordeelde daders
- Vervoer van gevaarlijke stoffen door woonwijken wordt zo veel mogelijk beperkt
- 3 procent van de openbare ruimte wordt ingericht als buitenspeelruimte, ook bij nieuwbouw. Voldoende buitenspeelruimte voor kinderen van alle leeftijden verhoogt de veiligheid van een buurt
Terug naar het overzicht
Schoon en snel vervoer voor iedere Amsterdammer
Nergens in Europa wordt zo veel gefietst als in Amsterdam. Logisch, de fiets is een schoon, goedkoop, stil en in onze stad vaak snel vervoermiddel. Hoewel het gebruik van fietsen goed is voor de luchtkwaliteit en de rust in onze stad wordt fietsers nog niet alle ruimte gegund. Veel fietspaden verkeren in belabberde staat en wat betreft de verkeersveiligheid zijn er nog veel gevaarlijke plekken voor fietsers. Ook is er een groot gebrek aan fietsenrekken.
Het zittende rood-groene college heeft onvoldoende oog gehad voor schone vervoermiddelen als de fiets en het openbaar vervoer. Het schrapte effectieve maatregelen om het autoverkeer in en om de stad terug te dringen, zoals de aanleg van meer P+R's bij de ring, en het investeerde niet genoeg in de promotie van fiets en openbaar vervoer. Sterker nog: het maakte het openbaar vervoer met de chipkaart in veel gevallen zelfs duurder en het laat fietsen buiten de rekken wegknippen en afvoeren.
De SP wil de fiets in Amsterdam voorrang geven op de auto. Er wordt meer geïnvesteerd in veilige en goed onderhouden fietsroutes in de stad en er komen meer stallingen. De SP wil de auto niet uit de stad verbannen. Een deel van de Amsterdammers heeft een auto nodig vanwege werk of een fysieke beperking. Daarom moet er genoeg parkeerruimte zijn voor die bewoners van de stad en voor de mensen die hen komen bezoeken.
De SP stelt op het gebied van verkeer en openbaar vervoer in Amsterdam het volgende voor:
- Amsterdam krijgt een netwerk van goed onderhouden en veilige fietsroutes waarop fietsers vaker voorrang hebben op ander verkeer. Verkeersonveilige situaties voor fietsers worden versneld aangepakt
-
Er komt in Noord een fietsstraat met voorrang voor fietsers over de gehele route van oost naar west en van noord naar zuid-
Er komen meer fietsenstallingen. Fietsen worden weggeknipt om overlast of onveilige situaties aan te pakken. Er komt een norm voor het aantal stallingen en fietsenrekken in een buurt op basis van de woningdichtheid-
Het succesvolle ov-fietsproject wordt verder uitgebreid met meer fietsen en standplaatsen-
Er gaat meer geld naar onderhoud van fietspaden, stoepen en wegen-
Er komen meer goedkope P&R-voorzieningen langs de ring met een snelle bus rechtstreeks naar het centrum en een bagageservice. Tegelijkertijd wordt er een rem gezet op de bouw van nieuwe openbare parkeergarages binnen de ring-
Alle parkeergarages op Buikslotermeerplein worden P&R's, de automaten krijgen de optie tot uitgifte van een dagkaart voor het openbaar vervoer-
Er wordt een vergunningstelsel ingevoerd voor de bewonersparkeerplaatsen rond Buikslotermeerplein. Bezoekers mogen alleen nog parkeren op daarvoor aangewezen plekken en in de garages-
Betaald parkeren wordt niet uitgebreid in Noord-
In de binnenstad wordt veel meer openbaar vervoer aangeboden: het tramnet wordt fijnmaziger en er komen meer opstapbusjes-
De huidige pontjes blijven en waar nodig worden de veerdiensten uitgebreid-
Het openbaar vervoer voor 65-plussers wordt gratis. Er komt een onderzoek naar uitbreiding van gratis openbaar vervoer naar andere groepen-
De Noord-Zuidlijn wordt in haar huidige vorm niet afgebouwd. In plaats daarvan wordt de metrotram, het alternatief van de SP, aangelegd. Hierbij wordt de al bijna voltooide verbinding tussen Noord en Centraal Station gebruikt, waarbij in het centrum met een hoge frequentie bovengronds gereden wordt met absolute voorrang bij voorkeurskruisingen in de binnenstad. Ook worden de mogelijkheden van een snelle railverbinding naar IJburg en Osdorp en het sluiten van ringlijn 50 naar CS onderzocht-
De beroemde Van der Pekstraat wordt een groene en autoluwe straat. Een straat met ruimte voor kinderen om te spelen en ruimte voor ondernemingen waar de buurt behoefte aan heeft. De straat mag niet de ‘snelweg’ naar de nieuw te bouwen wijk Overhoeks worden-
Er komt een jaarlijkse autovrije dag waarop de gehele stad echt autovrij is-
Alle Amsterdamse taxi's sluiten zich aan bij een centrale, de gemeente wordt bevoegd vergunningen af te geven en in te trekken. Daarnaast worden het nachtbusnetwerk en de openingstijden van de metro uitgebreid om mensen 's nachts een alternatief te bieden voor de taxi-
Almere en Amsterdam worden (bij voorkeur door een tunnel) voor het openbaar vervoer via IJburg en Diemen met Amsterdam Zuidoost verbonden als hierdoor meer mensen de auto laten staan en deze verbinding betaalbaar blijkt te zijn. Op deze manier worden IJburg en Zuidoost verder ontsloten
Terug naar het overzicht
Een milieuvriendelijke en gezonde stad
Het gaat niet goed met het Amsterdamse milieu. Het aantal auto's in en om de stad blijft toenemen, het aantal vliegbewegingen op Schiphol is deze eeuw ook fors gestegen en het Amsterdamse havengebied is verre van klimaatneutraal. Dat is een groot probleem, niet alleen omdat de stad hierdoor nog steeds bijdraagt aan de klimaatverandering, maar ook omdat Amsterdammers hierdoor in een aanzienlijk minder gezonde omgeving leven dan mensen in andere delen van Nederland.
Het college had in de afgelopen periode nogal wat doelstellingen met betrekking tot het milieu. De stad moest autoluw worden, er zou een milieuzone in de stad worden ingesteld om de luchtkwaliteit te verbeteren en ga zo maar door. Veel van de plannen van dit zogenaamde groene college zijn echter geschrapt of hadden niet het gewenste effect. Het college stond echter wel de verbreding van wegen rond de stad en de uitbreiding van Schiphol en de haven toe. Het groene gezicht van het college was een farce.
De SP wil de grote vervuilers wel aanpakken en van Amsterdam een groene en milieuvriendelijke stad maken. Naast de maatregelen die op het gebied van verkeer en openbaar vervoer worden gedaan, stellen wij het volgende voor om dat te bereiken:
- De bestaande regels over geluid en uitstoot voor Schiphol worden strikt gehandhaafd en er wordt gestreefd naar een schoner Schiphol. De luchthaven wordt niet uitgebreid
- Er komt een diepgaand onderzoek naar een duurzame toekomst van de havens. Op dit moment wordt winst gehaald uit kolenoverslag en olie, fossiele brandstoffen waarvan de voorraden eindig zijn. Het havengebied wordt niet uitgebreid
- Drukke hoofdverbindingen in de stad worden overdekt of ondertunneld om fijnstofverspreiding tegen te gaan en bovengronds meer ruimte te creëren. Zwaar vrachtverkeer wordt binnen de ring zoveel mogelijk geweerd, elektrisch goederenvervoer wordt gestimuleerd
- Duurzaam bouwen wordt afgedwongen bij corporaties. Er worden afspraken gemaakt om bestaande bouw beter te isoleren zodat energierekeningen voor huurders lager worden
- Mensen die zonnepanelen of windmolens in eigen beheer hebben moeten de mogelijkheid krijgen voor bepaalde tijd overtollige groene stroom aan het net te leveren. De regels voor het plaatsen van zonnecollectoren en windmolens bij particulieren worden vereenvoudigd
- Het kappen van bomen wordt teruggedrongen. Als er toch gekapt moet worden, worden er altijd in de buurt bomen teruggeplaatst waarbij de ouderdom van de gekapte boom als uitgangspunt wordt genomen voor het aantal terug te plaatsen bomen. Bij bouw wordt zo lang mogelijk gewacht met het verwijderen van groen zodat een terrein niet lang onnodig braak ligt
- Er komt meer groen in de straten. Gevel-, boom- en watertuinen maar ook meer vaste bloemen en plantenbakken. Buurtbeheer van openbaar groen en binnentuinen wordt gestimuleerd en ondersteund
- Er wordt veel meer geïnvesteerd in het onderhoud en schoonhouden van parken en openbaar groen
- In de openbare ruimte komen meer bankjes en meer vuilnisbakken, die bovendien vaker worden geleegd
- Kapot straatmeubilair en speeltoestellen worden snellen gerepareerd of vervangen. Graffiti wordt sneller verwijderd
- Het losloop- en poepbeleid voor honden in Noord wordt aangepast. Het huidige stelsel met verschillende bordjes is verwarrend. Ook komen er bakken waar hondenbezitters hun poepzakjes kwijt kunnen
- De open ruimte rond Amsterdam wordt in stand gehouden, er komen geen bedrijventerreinen bij zo lang al gerealiseerde bedrijventerreinen leeg staan
- Het karakter van landelijk Noord blijft behouden, er wordt niet gebouwd boven de ring-A10
- Bestaande volkstuinen worden beschermd en waar mogelijk uitgebreid
- De prijs voor tuinuitbreidingen en de tuinen bij woonboten gaat drastisch omlaag, wel worden er eisen gesteld aan het onderhoud voor huurders
Terug naar het overzicht
Een culturele en sportieve stad
Amsterdam is rijk aan kunst, cultuur en sport, maar de Amsterdammers doen er te weinig mee. Te veel mensen kunnen of willen de hoge toegangsprijzen voor musea en theaters en de contributie voor sportclubs niet betalen. En waar het centrum volop culturele instellingen heeft, zijn de stadsdelen eromheen - zeker die buiten de ring - karig bedeeld. Het omgekeerde geldt voor sporthallen en -parken. Die worden juist steeds meer naar de rand van de stad verplaatst, wat voor veel mensen en vooral kinderen te ver weg is.
Het stadsbestuur lijkt zich al jaren vooral in te zetten voor topsport en topkunst, dat wat in het oog springt. Daarbij is de toegankelijkheid van sport, kunst en cultuur voor gewone Amsterdammers wel eens uit het oog verloren. Want bezoeken Amsterdammers hun 'eigen' musea eigenlijk nog wel? En is er ruimte in de stad om de volgende voorhoede van Ajax te laten opbloeien of ambitieuzer: kinderen de beweging te gunnen zodat ze niet te zwaar worden met alle gevolgen van dien?
De SP vindt dat Amsterdam zowel voor topsport en topkunst als voor de verenigingen en de sport- en speelveldjes in de buurt moet gaan. Op die manier creëren we het juiste sport -en kunstklimaat in de stad. Alleen vanuit een brede en sterke basis kan een goede top gebouwd worden.
Op het gebied van kunst en cultuur streeft de SP daarom het volgende na:
- Alle Amsterdammers krijgen jaarlijks een kaartje om een museum in de stad gratis te bezoeken. Kinderen tot 12 jaar krijgen gratis toegang tot musea. Musea blijven 's avonds langer open
- Kunst in de openbare ruimte en kunstinstellingen worden beter verspreid over de stadsdelen
- Vergunningen voor grote evenementen in Noord, die de gemeenschapszin bevorderen en veel bezoekers trekken, worden tegen kostprijs verstrekt
- Met een stimuleringsfonds wordt artiesten de mogelijkheid gegeven op buurtniveau op te treden
- Het nieuwe theater in Noord, op Buikslotermeerplein, mag er alleen komen als het openstaat voor alle vormen van cultuur en te gebruiken is door iedere Noorderling. Om de drempel van het theater te verlagen krijgen alle inwoners in de loop van een jaar na opening een gratis kaartje voor het theater
- Subsidiëring van kunst loopt niet meer hoofdzakelijk via instellingen: individuele kunstenaars moet het werken net zo goed mogelijk worden gemaakt
- De gemeente wordt/blijft eigenaar van de gebouwen voor kunst en cultuur, waaronder musea, galeries en broedplaatsen. Culturele vrijplaatsen blijven behouden
- De NDSM-werf draait zijn gezicht meer naar Noord. De programmering van festivals en evenementen op de NDSM-werf sluit beter aan op de behoeften in Noord. De creatieve ondernemingen op de werf worden aangespoord meer leven en cultuur in de buurten te brengen
- De gemeente investeert meer in kunst- en sportonderwijs op Amsterdamse scholen
En op het gebied van sport:
- Er wordt meer geïnvesteerd in amateursport. Sportparken krijgen een vast aantal gratis parkeerplekken voor vrijwilligers, amateursporters en hun begeleiders. Er wordt extra geld beschikbaar gesteld voor achterstallig onderhoud aan sportaccommodaties. De huur van sportaccommodaties gaat omlaag
- Sportclubs uit Noord die dat willen, kunnen hun schulden laten saneren. Zij moeten dan wel hun financiële huishouding openbaar maken aan het stadsdeel
- Er wordt extra geld geïnvesteerd in de ondersteuning van vrijwilligers bij sportclubs, bijvoorbeeld door noodzakelijke cursussen en reiskosten te vergoeden
- Er komen meer openbare sport- en spelvoorzieningen in buurten. Er komt een einde aan de verplaatsing van sportaccommodaties naar de rand van de stad
- Amsterdam investeert geen cent in het binnenhalen van de Olympische Spelen totdat de regering heeft besloten of en waar de Spelen in Nederland gehouden worden. Er moet geen geldverslindende concurrentieslag plaatsvinden tussen kandidaatsteden in Nederland
- In het voorjaar wordt een groot panna-toernooi tussen buurten in Noord georganiseerd. Hieruit volgt dat iedere buurt moet beschikken over ten minste één trapveldje
Terug naar het overzicht
Het stadsbestuur in handen van de Amsterdammers
Amsterdam wordt steeds minder democratisch. Door verzelfstandigingen en privatiseringen is er steeds minder democratische controle op allerlei maatschappelijk belangrijke voorzieningen, zoals zorg, energie, openbaar vervoer en volkshuisvesting. De bestuurders van de stad vinden een hoge plek op de lijstjes over het vestigingsklimaat voor multinationals belangrijker dan de belangen en het leefklimaat van inwoners en de kleine zelfstandigen.
Het college heeft de afgelopen jaren veel bevoegdheden uit handen gegeven. De aandelen NUON werden verkocht, de verzelfstandiging van het Afval Energiebedrijf en het Havenbedrijf werden aangekondigd. Daarnaast besloot het college het stadsdeelstelsel te herzien en het aantal stadsdelen terug te brengen van veertien naar zeven.
De SP zal het functioneren van de stadsdelen scherp in de gaten houden. Wij zullen ons in coalitie of oppositie, inzetten om de kwaliteit van de deelraden en hun besluitvorming te verbeteren. Tegelijkertijd willen wij bewoners en in de buurt actieve organisaties op buurtniveau organiseren waarbij de buurtcentra een belangrijke rol krijgen.
Daarnaast moet er een einde worden gemaakt aan de voortdurende privatiseringsdrang van zaken die van en voor ons allemaal zijn. Als dat niet gebeurt, raken we de democratische controle op belangrijke onderdelen van de stad misschien wel voorgoed kwijt.
Als het aan de SP ligt, gebeurt de komende jaren het volgende met het stadsbestuur:
- Nu het aantal stadsdelen wordt gehalveerd zal de SP de komende vier jaar het functioneren ervan scherp in de gaten houden en ervoor zorgen dat de kwaliteit van de stadsdelen toeneemt
- In Noord wordt een begin gemaakt met de oprichting van stevige buurtvertegenwoordigingen die een goede afspiegeling vormen van de buurt en de daar actieve organisaties, met als doel het stadsdeel uiteindelijk op te heffen
- Per wijk of stadsdeel blijven de gemeentelijke voorzieningen bestaan, zoals het register en burgerzaken, zodat mensen niet naar het centrum hoeven om hun documenten op te halen. Deze burgerserviceloketten moeten dicht bij huis blijven
- De ambtelijke organisatie gaat buurtgericht werken, iedere buurt krijgt een ambtenaar als direct contactpersoon in de stadsdeelorganisatie. Dit mag niet leiden tot het onnodig aanstellen van nieuwe ambtenaren
- Het wachtgeld voor stadsbestuurders wordt beknot en ook voor hen gaat de sollicitatieplicht gelden. De vergoeding van (deel-)raadsleden wordt met 20 procent verlaagd
- Er komt meer openheid over collegebesluiten en overleggen tussen de stad en de stadsdelen. De dominante rol van projectontwikkelaars en projectbureaus als Noordwaarts wordt teruggedrongen
- Plannen voor de buurt worden gemaakte met de mensen in de buurten en de buurtvertegenwoordigingen. Wijkcentra bieden hierbij ondersteuning
- Concurrentie tussen stadsdelen moet te allen tijde worden voorkomen. De promotie van stadsdelen moet in handen liggen van het stadsbestuur, zodat de stadsdelen niet nodeloos geld spenderen aan reclamecampagnes ter meerdere eer en glorie van zichzelf
- Wethouders in stad en stadsdelen moeten toestemming vragen van de raden voor buitenlandse reizen. Daarbij wordt duidelijk uitgelegd waarom de reis moet worden gemaakt. Verder zijn ze verplicht jaarlijks een lijst met gedeclareerde onkosten en reizen te presenteren ter verantwoording aan de raden
- Het stadsdeelbestuur wordt eindverantwoordelijk voor alle inhuur van externe krachten. Per half jaar wordt een overzicht gegeven van alle externe inhuur door het stadsdeel. De norm wordt dat er niet extern wordt ingehuurd tenzij het besparingen oplevert
- Lokale media als AT5 en de buurtkranten worden voor zover nodig en mogelijk ondersteund door de gemeente. Democratie kan niet zonder goede media
- Amsterdam verkoopt zijn aandelen in Schiphol niet. Het havenbedrijf wordt niet verzelfstandigd
- De bureaucratie in de stad wordt verminderd door onzinnige regelgeving op te sporen en terug te draaien
- De rekenkamercommissie van de deelraad wordt opgeheven. Noord sluit zich aan bij de onafhankelijker Rekenkamer Stadsdelen
Terug naar het overzicht