h

Afscheidsspeech SP-wethouder Arjan Vliegenthart

31 mei 2018

Afscheidsspeech SP-wethouder Arjan Vliegenthart

Foto: SP Amsterdam

Woensdag 30 mei 2018 zwaaide Arjan Vliegenthart af als wethouder sociale zaken in Amsterdam. Hieronder de tekst van zijn afscheidsspeech in de Amsterdamse raad.

We zitten in de bus, lijn 15, naar de ‘Coolste baan van Nederland.’ Naast mij zit Hassan, een klasgenoot van mijn dochter Tamar. We zijn op schoolreisje. Hassan is een gezellige kletser. Honderduit vertelt hij. Bijvoorbeeld over dat hij Christiano Ronaldo beter vindt dan Messi. Ik vertel hem dat Ajax vroeger in het stadion speelde waar we nu heen gaan. En dat ik daar, op een voorjaarsavond in 1995, Ajax heb zien winnen van Bayern München in de halve finale van de Champions League, met een prachtig doelpunt van Finidi George. Ongelovig staart Hassan me aan: Ajax in de halve finale van de Champions League? Finidi George, wie is dat? Ik merk, ik word ouder.

Maar Hassan vertelt meer. Hij vertelt ook over hoe hij met zijn twee zussen en ouders in een driekamerappartement in Bos en Lommer woont. ’s Avonds slapen zijn zussen in de ene kamer, zijn ouders in de andere en Hassan slaapt op een matras in de woonkamer. Hij vindt de nieuwe huizen aan de Wiltzanghlaan prachtig en benijdt een neefje dat in Harderwijk woont in een huis met twee verdiepingen. Stiekem hoopt hij - en laat het mijn partijgenoten niet horen - dat zijn woning gesloopt gaat worden en dat er nieuwe, grotere, appartementen voor in de plaats komen. Zodat hij, net als een vriendje in de buurt die in zo’n nieuwbouwappartement woont, een eigen kamer krijgt. Hassan is een geboren en getogen jonge Amsterdammer, met wensen en ideeën. Over zijn stad en zijn toekomst.

Ik vertelde het verhaal van Hassan tijdens een verkiezingsdebat in de Noorderkerk. Het ging over de vraag wat de politiek voor gezinnen doet. ‘Maar wat gaat u nu doen voor gezinnen op zoek naar een betaalbare woning?’ vroeg de gesprekleider van de avond mij. Alsof het vraagstuk van betaalbaar en iets groter wonen alleen voorbehouden is aan mensen die op zoek zijn, met enig vermogen en een goed inkomen, naar een koopwoning.

Het is kenmerkend voor de manier waarop het huidige politieke debat in onze stad vaak gevoerd wordt. Ik heb me er wel eens over verwonderd: wie de luidste stem heeft, wordt gehoord. En dat zijn vaak de beter opgeleide en beter verdienende Amsterdammers. Of het nu gaat om het omdopen van het Stadionplein, de lotingsystematiek voor ons middelbaar onderwijs of de drukte in de Binnenstad: het zijn vaak de mensen die de kanalen van de Amsterdamse politiek feilloos weten te vinden, die hier het meest aan het woord komen. Over reële problemen, houd me ten goede. Maar ik zou wensen dat de problemen van die andere Amsterdammers, of ze nu in Nieuw-West, Noord of Zuidoost wonen net zo vaak aan de orde zouden komen als de problemen van de Amsterdammers binnen de ring. ‘De Amsterdamse politiek kijkt vooral naar de grachtengordel’ kopte het Parool vorig jaar en dat was spot on.

In Amsterdam is een wethouder Sociale Zaken bijna per definitie een wethouder van de buiten de ring. Want daar zijn de problemen toch echt het grootst: hogere werkeloosheid, meer schimmelwoningen en ook meer onveiligheid. Ik heb er veel over mogen horen. Van de bewoners in Vrijburg die bijkans gek werden van jongeren die overlast gaven. Van diezelfde jongeren die vertelden dat ze gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt en die geen woning vinden omdat de wachtlijsten te lang zijn. Soortgelijke verhalen hoorde ik in Tuindorp- Oostzaan en in Holendrecht. Het zijn wijken waar de kleur van de stad wellicht verschilt, maar waar de problemen grotendeels dezelfde zijn.

Stem geven aan deze Amsterdammers is de brandstof geweest die me de afgelopen jaren aan het werk heeft gehouden. Geholpen door een geweldige Sociale Dienst die ging werken volgens het principe van Vitamine A, Vitamine Aandacht. Want alleen oprechte aandacht voor de verhalen van de mensen aan de figuurlijk, maar ook al te vaak letterlijk aan de randen van de stad wonen en leven, zorgt ervoor dat ook hun stemmen worden gehoord. Ik ben deze medewerkers bijzonder dankbaar voor hun inzet en geduld, voor Amsterdammers en voor deze wethouder.

Want in een stad waar het zo goed gaat en waar gesproken wordt van een Derde Gouden Eeuw kan het alleen duurzaam goed blijven gaan wanneer iedereen daarvan meeprofiteert. Materieel, in de vorm voldoende banen, investeringen in buurten en in goed onderwijs. Maar minstens zo belangrijk is dat ook zij zich immaterieel thuis kunnen blijven voelen. Dat de stad niet alleen het domein is van de winnaars van de globalisering, voor wie elke nieuwe Coffee Company een teken van beschaving is, maar ook van mensen die me vertellen: ‘het is prachtig zo’n zaak. Je kunt er twintig verschillende soorten koffies met melk bestellen, maar ze kosten allemaal vier euro en dat geld heb ik niet.’ Juist nu het zo goed gaat met onze stad is het zaak ook deze mensen erbij te halen en te houden. Lukt dat niet, dan wordt het succes van de stad ook de brandstof voor uitsluiting en onvrede.

Ik heb vier jaar mogen fietsen en werken in de mooiste stad van het land. En ik heb vier jaar gemerkt hoe fijn het is dat hier een gemeente is waar zoveel mensen met hart en ziel voor de stad werken. Mensen die mijn gebreken voor lief namen en met wie ik heb mogen zoeken naar manieren om de stem te horen van Amsterdammers die anders minder gehoord zouden worden. Het zijn er te veel om hier op te noemen. Ik ben blij dat mijn vrouw en kinderen, Nicoline, Tamar, Nora en Bas me zo vaak de ruimte gaven om dit werk te mogen doen. Ik dank mijn collega’s in het college en de raad voor de fijne samenwerking de afgelopen jaren. Ik denk hierbij vandaag ook even in het bijzonder aan Eberhard van der Laan. En ik dank jou, Jozias, dat jij de laatste maanden het stokje hebt willen overnemen. Ik weet mij schatplichtig aan de Amsterdamse afdeling van de SP en haar talloze activisten die in een tijd waarin mensen maar al te vaak denken dat anderen het moeten doen, me met raad en daad hebben bijgestaan. En in het bijzonder ben ik mijn politiek assistent Preeti van Raak dankbaar voor het feit dat zij alle steken die ik liet vallen bijkans onopgemerkt recht breide, zodat ik verder kon met mijn werk. Ik heb genoten van het werk dat ik hier heb mogen verzetten en wens mijn opvolgers alle succes in hun opgave.

Zie ook:

U bent hier