h

Meer goedkope woningen in het centrum!

25 januari 2006

Meer goedkope woningen in het centrum!

Verslag van de debatavond op 19 januari - SP-Centrum ging op 19 januari in caf P96 met huisvestingdeskundigen in debat over de vraag hoe het centrum bereikbaar kan blijven voor woningzoekenden met een smalle portemonnee. De SP, die in maart voor het eerst aan de deelraadsverkiezingen in stadsdeel Centrum meedoet, wil in de binnenstad een verhouding van 40 procent sociale huurwoningen tegenover 60 procent woningen in de marktsector. In andere delen van het centrum moet die verhouding tenminste 80/20 worden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Daarom nodigde SP-Centrum deskundigen, raadsleden van andere fracties, bij huisvesting betrokken organisaties en bewoners uit om mee te praten, over het realiseren van meer sociale huurwoningen en goedkope nieuwbouw in het centrum. Ongeveer vijftig aanwezigen genoten van levendig en leerzaam debat.

De avond wordt ingeleid door Andrea Niessen, voorzitter van de SP-kerngroep Centrum en nummer vijf op de kandidatenlijst.

Vr de pauze gaan met elkaar in discussie:
- Andr Mulder, docent volkshuisvesting aan de TU Delft
- Lenny Vulperhorst, bouwdeskundige en auteur van het in 2005 verschenen boek Verzwegen onderneming (over de bouwfraude)
- Hans Bakker, SP-gemeenteraadslid in Amsterdam, woordvoerder huisvesting
Lijsttrekker Marnix Bruggeman leidde het gesprek

Allereerst worden een aantal begrippen, die nogal eens door elkaar worden gebruikt, verduidelijkt:
- Sociale woningbouw betreft woningen zonder winstoogmerk. Dit kan zich ook voordoen in de particuliere sector.
- Betaalbare huurwoningen zijn woningen met een huur tot 601 euro, waar huursubsidie op mogelijk is.
- Sociale kernvoorraad (woningen tot de huursubsidiegrens) moet 33 % bedragen

De SP is zowel voor sociale woningbouw als voor betaalbare huurwoningen. Moet de overheid zich met een eerlijke verdeling bemoeien of is het de markt, die voor betaalbare woningen zal gaan/moeten zorgen?
Volgens Andr Mulder is er geen sprake meer van een landelijke verdelingspolitiek. Het wordt overgelaten aan de gemeenten en corporaties, die al of niet samenwerken. Er kan slechts een moreel beroep gedaan worden op de corporaties om goedkope huizen te bouwen.
Lenny Vulperhorst stelt dat het aanbod niet aansluit bij de vraag. Een groot deel van de beschikbare woningen voor de groep met lage inkomens, zijn te duur, te groot of te slecht. Dit kost de overheid veel huursubsidie.

Op de vraag of sociale woningbouw nog nodig is antwoordt Lenny Vulpershorst dat er voldoende woningen zijn, maar dat het aan de politiek is om te bepalen of het centrum ook toegankelijk blijft voor mensen met een klein inkomen of dat straks alleen de rijken er wonen. Woningcorporaties kunnen bijvoorbeeld meer kleine woningen bouwen. Als je in Parijs kijkt zie je appartementen van 20 m2, waar mensen met veel plezier midden in de stad wonen. Sommige corporaties hebben al de studentenwoningen ontdekt: veel kleine woningen, die verhoudingsgewijs een flinke m2 prijs opbrengen en dus winstgevend zijn. Corporaties zouden hiertoe gedwongen moeten worden.
Andr Mulder stelt dat de markt te dure huizen bouwt, waardoor veel mensen tien jaar moeten wachten op een betaalbare woning. Alleen voor 2 x modaal zijn er voldoende koopwoningen, bijvoorbeeld in IJburg.
Hans Bakker merkt op dat er tussen de huren van 600 en 800 euro een enorm gat zit. Nu ligt de grens voor huurbescherming, huursubsidie en woningvergunning op 600 euro. Huren op de vrije markt beginnen vaak pas bij 1000 euro. Door deze grens op te trekken naar 800 euro komen er weer lage-huurwoningen bij.

Lenny Vulperhorst is in tegenstelling tot de SP Centrum tegen scheef wonen en heeft er geen moeite mee dat goedkope huurwoningen verkocht worden tegen een lage prijs. Voorwaarde is dan wel dat bij doorverkoop de woning terugvalt aan de corporatie. Hierdoor wordt de woning niet aan het goedkope woningbestand onttrokken. Hij introduceert het begrip Mac-houses: goedkope woningen, die gemiddeld 50 jaar meegaan en die voor een periode van vijf jaar gehuurd kunnen worden, waarna doorgestroomd kan worden naar een andere (duurdere) woning.

De SP geeft met de 40/60 en 20/80 percentages het signaal af dat er meer goedkope woningen moeten komen en zeker niet minder, maar is het ook haalbaar?
Lenny Vulperhorst: om de kernvoorraad te vergroten moet er iets nieuws toegevoegd worden.
Elke woning, die gebouwd wordt moet sociaal zijn. D.m.v. functieverandering. Lege kantoorpanden kunnen tot kleine woningen omgebouwd worden. Er kan bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van kleine bouwsegmenten van 30.000 euro, die zo in grote gebouwen geschoven kunnen worden. In de Houthavens zijn tijdelijke studentenwoningen en wisselwoningen gebouwd, die bijvoorbeeld niet voldoen aan de strenge nieuwbouweisen. Aan de achterkant van gebouwen of bovenop kan gebouwd worden en woningen boven winkels moeten veroverd worden en behouden blijven voor de sociale markt.
Andr Mulder: We moeten al blij zijn als we de huidige voorraad sociale woningen kunnen behouden. Sociale woningen die verdwenen zijn, moeten gecompenseerd worden. Stoppen met splitsen en verkoop van sociale woningen. Via bestemmingsplannen moeten percentages sociale woningen geregeld worden. Via contracten met de corporaties.
Hans Bakker: Voor het behoud van elke sociale woning moet gevochten worden. De huurgrens verhogen. Dit geeft meer variatie in sociale huurwoningen.

Voor de pauze concludeert de gespreksleider Marnix Bruggeman dat er wel mogelijkheden zijn om sociale woningen voor het centrum te behouden en ook voor uitbreiding. De SP zal er hard voor moeten knokken, maar ze is op de goede weg.

Na de pauze komen mensen uit de zaal aan het woord.

Het onderwerp huurbelasting komt aan de orde. Mensen die in verhouding tot hun inkomen te weinig huur betalen, moeten dit via de huurbelasting bijpassen. Dit zou scheefwonen tegen kunnen gaan. De SP is daar geen voorstander van. Andersom zou het dan ook toegepast moeten worden. Als mensen te veel huur betalen, zouden zij dat geld terug moeten krijgen van de overheid. Dit is moeilijk te realiseren. In het centrum heerst woningnood en de SP wil zeker geen mensen uit hun woningen jagen. Scheefwonen is door de politiek als argument gebruikt om geen woningen te bouwen.

Via de erfpacht (voor IJburg is dit voor 25 jaar) en de WOZ waarde, die in geval van woonboten (Roerende-Ruimtenbelastingen) hoger ligt dan de marktwaarde, verrijkt de gemeente zich. Het verhoogt de woonkosten van de bewoners. De gemeente mag niet speculeren. Dit is een zaak van de centrale stad, maar het centrum kan de gemeente daarop aanspreken.

We moeten in het centrum kijken wat er leeg staat. Zo is er in de binnenstad veel schijnbewoning (pied a terres, tweede huis en speculatie) en staan er in het hele centrum kantoorpanden leeg. Er wordt ook misbruik gemaakt van sociale woningen door onderhuur. Antikrakers gebruiken erg veel m2 en worden op straat gezet als zij niet meer nodig zijn. Het betreft bijna altijd mensen met een laag inkomen; vaak zijn het vrouwen met kinderen. Voor deze misstanden zijn instrumenten, bijvoorbeeld de Leegstandwet. Er moet beter gehandhaafd worden, wat weer veel geld kost. De SP vindt dit van groot belang en heeft daar geld voor gereserveerd. Ook in bestemmingsplannen moeten woonbestemmingen vastgelegd worden.

De sociale woningbouwverenigingen hebben teveel vrijheid en zijn projectontwikkelaars geworden. De corporaties krijgen teveel macht en sommigen hebben lak aan de stadsdelen. Er worden hier en daar wel convenanten gesloten, maar er wordt niet gecontroleerd. De woningbouw is dusdanig geprofessionaliseerd dat de sociale kant verdwenen is, Het gaat alleen nog maar om winsten. De corporaties moeten inzien dat zij de huurders nodig hebben en dus ook een stem moeten geven. De winst, die de corporaties maken zou weer in woningen genvesteerd moeten worden. We zullen dit steeds maar weer aan de kaak moeten stellen en de SP zal steeds weer de confrontatie aan moeten gaan.

Wonen boven winkels: de SP is voor onteigenen als het niet anders kan. In Nijmegen is veel overleg geweest met gemeente en winkeliers/ eigenaren. Aan de achterkant zijn de woningen ontsloten en stuk voor stuk zijn er woningen met heel veel inspanning heroverd. In Amsterdam heeft het handen met geld gekost en zijn de woningen in de vrije markt sector terechtgekomen. Een eis zou kunnen zijn dat het sociale woningen moeten zijn en blijven.

Woningbouwcorporaties breken kleine woningen tot 62 m2 af, omdat mensen deze woningen te klein zouden vinden. Dit wordt bestreden: 30 % van de Amsterdammers in het centrum is alleenstaand. Veel daarvan zijn vrouwen en verdienen gemiddeld 1800 euro per maand. Dit is vaak te weinig voor een hypotheek. Veel van deze mensen zijn tevreden met een kleine woning, waarbij ook de woonomgeving een grote rol speelt. Woont iemand prettig in een buurt, dan wordt ook makkelijker met een kleine woning genoegen genomen. Dit pleit voor meer kleine woningen.

Als plan Dekker ingevoerd wordt, bestaat de mogelijkheid dat er over vijf jaar geen mensen met een laag inkomen meer in het centrum zullen wonen. 1 juni 2006 wordt de eerste fase ingevoerd. Het betreft alleen huurwoningen, die vrijkomen. Zij kunnen enorm in prijs stijgen. De WOZ waarde zal aan de huur gekoppeld worden: voor een woning met een WOZ waarde van 224.000 euro worden 38 punten bijgeteld, waarmee de huur met 112 euro per maand verhoogd zal worden.

Afsluiting

Deze avond heeft veel nieuwe ideen opgeleverd en nog duidelijker is geworden wat er leeft in het centrum en wat we er als SP aan zullen gaan doen om het centrum eerlijker en socialer te maken. Wat wij op andere partijen voor hebben is de actie. De SP is veel op straat te vinden om misstanden aan de kaak te stellen. Zo gaan we morgen naar woningbouwvereniging het Oosten om via een picket-line duidelijk te maken dat sociale huurwoningen een belangrijke kerntaak is van de corporaties en dat Het Oosten daarom moet stoppen met zijn plan 49 procent van zijn huurwoningen als appartement te verkopen.

Zie ook:

U bent hier