Schriftelijke vragen over criminaliteit in en rond het openbaar vervoer
Schriftelijke vragen over criminaliteit in en rond het openbaar vervoer
Schriftelijke vragen over criminaliteit in en rond het openbaar vervoer
Schriftelijke vragen van de SP over criminaliteit in en rond het openbaar vervoer
Amsterdam, 3 juli 2012.
Inleiding
Het Parool van 26 juni jl. meldt een toename van de criminaliteit in en rond het openbaar vervoer. Volgens de krant blijkt dit uit de ‘Monitor sociale veiligheid openbaar vervoer 2011’ van de dienst Onderzoek en statistiek. Zakkenrollerij, vernieling en diefstal zouden toenemen, terwijl het doel juist een afname ervan is. Daarnaast zouden overlastsituaties toenemen, veroorzaakt door met name jongeren, dronken mensen en drugsgebruikers.
In 2010 heeft de SP een initiatiefvoorstel geschreven en ingediend, waarvan de kern is dat meer menselijk toezicht in het openbaar vervoer wenselijk en noodzakelijk is. Camera’s alleen kunnen overlast en misdrijven niet voorkomen. Meer menselijk toezicht door medewerkers die kunnen verbaliseren, zoals bijzonder opsporingsambtenaren en politieagenten, is nodig om het openbaar vervoer veiliger te maken. Ook de VVD heeft in 2010 voorstellen gedaan voor een veiliger openbaar vervoer.
Tijdens de behandeling van het SP-initiatiefvoorstel in 2011 stelde het college dat het altijd beter kan met de veiligheid in het openbaar vervoer en dat daar aan gewerkt wordt. Met de huidige middelen wil het college de veiligheid met menselijk toezicht verder verbeteren. Een van de maatregelen is het terugbrengen van de conducteur op de tram. Het college stelde in 2011 dat uit de ‘Monitor 2009’ juist blijkt dat de trend gunstig is: de criminaliteit neemt af en reizigers voelen zich veiliger. De gunstige trend van destijds blijkt volgens de recente berichtgeving echter gekeerd te zijn. Daarom de volgende vragen.
Vragen
1. Is het college bekend met het artikel in Het Parool van 26 juni?
2. Klopt het dat uit de ‘Monitor sociale veiligheid openbaar vervoer 2011’ blijkt dat de criminaliteit in en rond het openbaar vervoer niet langer afneemt, maar toeneemt?
3. Zo nee, wat is dan de situatie?
4. Zo ja, hoe verklaart u dit en wat is het college – op grond van de cijfers uit de monitor – van plan te ondernemen om de toename van de onveiligheid te stoppen en de veiligheid te verbeteren?
5. Welke effecten hebben de door u in 2011 aangekondigde ‘pilots’ (toezichthouders gerichter inzetten en preventie) om de veiligheid te verbeteren?
6. Bent u nu, net als de SP in 2010 – zoals in ons initiatiefvoorstel vermeld – ook van mening dat meer menselijk toezicht nodig is om de veiligheid in het openbaar vervoer te verbeteren? Graag toelichten.
Remine Alberts.