h

Marktwerking maakt wonen niet betaalbaar, ingrijpen wel (Opinie)

5 juni 2019

Marktwerking maakt wonen niet betaalbaar, ingrijpen wel (Opinie)

Foto: SP

SP-wethouder Laurens Ivens reageert op het opiniestuk over het woonbeleid van twee VVD’ers van afgelopen weekend. ‘De tijd van toekijken en afwachten moet afgelopen zijn.’

Deze opinie verscheen 5 juni in Het Parool.

Zaterdag hielden Marianne Poot en Hala Naoum Néhmé van de VVD op deze pagina een ouderwets pleidooi voor meer marktwerking om wonen betaalbaar te maken. Er staan storende feitelijke onjuistheden in het stuk.

Zo is de objectieve prognose voor de behoefte aan sociale huur in 2025 niet 28% maar 49%. En het uitgangspunt voor nieuwbouwwijken is 40% sociale huur, 40% middelduur en 20% vrije sector, niet 60-40-0 zoals de VVD’ers schrijven.

Maar los daarvan snijdt de VVD vooral een ideologische discussie aan. Moet je de markt maar zijn gang laten gaan en stilletjes hopen dat prijzen vanzelf omlaag gaan als je meer huizen bouwt? Of is er meer aan de hand en is er dus ook meer actie nodig om ervoor te zorgen dat Amsterdam een gemengde stad blijft waar het niet uit mag maken hoe dik je portemonnee is?

Er worden momenteel recordaantallen huizen gebouwd in Amsterdam. Volgens de ideologie van de VVD zou dat moeten betekenen dat de huizenprijzen daarmee omlaag zouden moeten gaan. Niets is minder waar.

Waar in Amsterdam tussen 2011 en 2018 het segment marktwoningen door nieuwbouw en liberalisaties met zo’n 55.000 stuks toenam, stegen de prijzen van die marktwoningen tot recordhoogtes. Niet alleen de bouwproductie is historisch, dat geldt ook voor de prijzengekte. In plaats van dat de huizenprijzen door de nieuwbouw zijn gedaald, is de crisis op de woningmarkt verergerd.

De analyse volgens het marktdenken klopt dus niet. Dat komt omdat de huizenprijzen vooral worden bepaald door de financieringsmogelijkheden en veel minder door het aanbod van marktwoningen. Op zich mag dit ook geen verrassing zijn, want al in 2013 concludeerde het Parlementair Onderzoek ‘Huizenprijzen’ dat ‘vooral de financieringsruimte de prijs opdreef, aanbod speelde nauwelijks een rol’. Dit naar aanleiding van de enorme prijsstijgingen voor de crisis toen vooral de leencapaciteit erg ruim was door de soepele hypotheekregels.

Die hypotheekregels zijn intussen aangescherpt maar de financieringsruimte is evengoed flink gegroeid wegens de lage (hypotheek)rente en de toevloed van kapitaal op de woningmarkt op zoek naar aantrekkelijke rendementen.

De econoom Josh Ryan-Collins van University College London gaf in zijn recente boek ‘Why you can’t afford a home’ aan dat er een cruciale paradox is in het hart van het moderne kapitalisme. De interactie tussen privé huizenbezit en een licht gereguleerd commercieel bankensysteem werkt niet goed. Er is vrijwel ongelimiteerd geld met als gevolg dat huizenprijzen stijgen, ongelijkheid groeit en financiële instabiliteit op de loer ligt. Ryan-Collins pleit dan ook voor radicale hervormingen.

De tijd van toekijken en afwachten tot de markt de woningcrisis oplost moet nu toch echt voorbij zijn. In Amsterdam redt al tweederde van de woningzoekenden zich niet meer op de vrije woningmarkt simpelweg omdat de woningen te duur zijn geworden. Deze mensen zijn aangewezen op een sociale of middeldure huurwoning.

Blijven geloven dat de mores van de vrije markt het wel zullen oplossen is geen optie. Het roer moet radicaal om. Daarom heeft Amsterdam maatregelen nodig die wonen wel betaalbaar kunnen houden:

  • Prijsregulering voor meer huizen dan alleen de corporatiewoningen zodat meer woningen toegankelijk zijn voor mensen met een gemiddeld inkomen. Dit is nodig voor woningen waarbij middenhuur niet al via bijvoorbeeld de erfpachtregels of het bestemmingsplan gegarandeerd is, zodat nieuwe investeringen er niet onder lijden;
  • Een zelfbewoningsplicht voor koopwoningen om te voorkomen dat eigenaar-bewoners moeten concurreren met beleggers. Amsterdam regelt dit zelf voor de nieuwbouw. Maar een wetswijziging is nodig om dit ook voor bestaande bouw te kunnen doen;
  • Een sterke corporatiesector met voldoende investeringsmogelijkheden voor woningen voor eenieder die zich niet op de woningmarkt kan redden.

Betekent dat dat we niet meer door hoeven te gaan met bouwen? Integendeel, er zijn nog altijd meer mensen op zoek naar een huis dan dat er huizen zijn. Maar willen we serieus wat doen aan de belachelijk hoge woningprijzen, dan wordt het tijd dat we anders gaan denken over hoe de woningmarkt werkt, afscheid nemen van het vrije marktgeloof, en de maatregelen nemen die wél werken om huizen betaalbaar te houden.

Zie ook:

U bent hier